4. De wieg van Serooskerke
Speciale activiteiten
In de 12e eeuw wordt er gesproken over een ‘Allartskintskerke’. Via ‘s Heer Allartskerke en Seroirtskerke wordt dit uiteindelijk Serooskerke. Niet elk kind van een ridder kon zijn vader als zodanig opvolgen. Daarom werd vaak door de stamvader een kerk of kapel gesticht waar een van de andere kinderen dan kapelaan kon worden. Zo ook hier: de kerk van het kind van Allart.
Heer Allart woonde in een motte kasteel. Een motte iss een kunstmatig aangelegde hoge heuvel, rondvormig. Hoog, om natte voeten te voorkomen, mocht het water opdringerig zijn. Maar ook ter verdediging. Op Walcheren zijn nog een aantal van deze heuvels terug te vinden in het landschap. In het verleden werden ze vaak ‘vliedheuvels’ genoemd, omdat men dacht dat ze opgeworpen waren om droge voeten te houden bij een overstroming. Op de motte werd een houten ‘kasteel’ of burcht gebouwd. Torenvormig van ontwerp.
Op de plaats waar je nu staat stond zo een motte kasteel. Waarom dacht je anders dat de weg hier zo een vreemde, grote bocht maakt? Die ging om de motte, of: om het voorterrein, heen. Het perceel heet hier nog altijd ‘het bergje’, net zoals het boerderijtje waar je zo juist langs liep.