13. De goudschat van Serooskerke
Speciale activiteiten
De twee haaks op de Dorpsstraat staande woninkjes op deze foto worden in 1962 gesloopt voor de huidige nieuwbouw. De grond zal nog enige tijd braak liggen en moet toch wat opbrengen. De gemeente verpacht het stukje aan landbouwer Christiaanse. Die plant er prei. Op 3 januari 1966 wordt met de oogst begonnen. Tussen de prei zitten, wat, melkflesdoppen? Ze blinken nogal. Aan de overkant van de straat woont en werkt goudsmid en horlogemaker Kodde. Die moet er maar eens naar kijken. Hij kijkt. ’t Is goud’
Aan het eind van die avond zijn er tweehonderd munten gevonden. Zes januari zijn het er al zeshonderd. De winter laat zich gelden en de grond bevriest. Halverwege februari kan er verder gezocht worden. De grond wordt zelfs gezeefd en uiteindelijk is de oogst 1023 munten groot. Waar ze vandaan komen? Misschien in 1622 verstopt door een vluchteling uit België? Er worden 868 munten geveild, de andere blijven in het bezit van de vinders en de gemeente Veere. De opbrengst wordt gelijk verdeeld tussen de gemeente en de vinders. Op de veiling brengen ze € 293.115,- op. In koopkracht omgerekend naar nu zou dit een bedrag zijn van € 1.740.000,-
De gemeente besteed de opbrengst voor een groot deel aan de bouw van het zwembad De Goudvijver. Een ander bedrag wordt besteed aan de bouwkosten van het medisch centrum, dat het Groen Kruis gebouw zal vervangen. De vinders zoeken hun eigen bestemming voor de opbrengst. De plaquette op het gebouw herinnerd aan de vondst. De vondst zette Serooskerke redelijk op zijn kop en trok wereldwijd belangstelling.
Meer informatie over de goudvondst vindt u hier.