12. Het tolhuis
Speciale activiteiten
De Wilgenhoekweg waar we zo juist langs liepen was als zandweg een soort van ‘tussenweg’. De echte route naar en door Serooskerke was de Noordweg die eindigde bij de Johanneskerk. Hier kon men via de Dorpsstraat rechtsaf richting Vrouwenpolder of linksaf naar Oostkapelle. Dit waren ‘bestrate wegen’. Oftewel: straatwegen. Een straat of een weg, dat is dus niet twee keer hetzelfde. Een weg is een weg, maar een straatweg is een weg die bestraat is.
Om naar Oostkapelle te gaan moest (en moet) op dit punt, komend vanuit de Torenstraat, rechtsaf worden geslagen: de Oostkapelseweg in, ook een straatweg. Maar hoe betaalde je dat straatwerk? Door tol te heffen als je van de weg gebruik wilde maken. Het tolhuis was gevestigd op nummer 13. Op de foto hiernaast, uit de mobilisatietijd 1914 – 1918, is in het midden een houten bord te zien.
De tekst hierop: Tol. Auto’s stoppen.
Op de foto hieronder is ook de slagboom te zien en het houten bord waarop de toltarieven stonden. De voorgevel van het tolhuis (van elk tolhuis uit die tijd) is een beetje smal uitgebouwd, zodat er aan de zijkant een raam aangebracht kon worden. Door dit raam kon de tolwachter het verkeer aan zien komen. Inmiddels kan de woning ongehinderd gepasseerd worden, zonder dat er een slagboom omhoog gedaan moet worden. Wel netjes wegenbelasting betalen natuurlijk.